De dag dat mijn paarden mij iets lieten zien over mezelf
- Sabrina Morssink

- 12 mrt
- 3 minuten om te lezen
Soms geven paarden je precies de les die je op dat moment nodig hebt. Niet omdat ze een plan hebben of iets willen uitleggen, maar omdat hun gedrag iets in beweging brengt wat al veel langer in je leeft.
Zo'n moment had ik laatst met mijn drie paarden.
Ik zat op de grond in de bak. De zon scheen, het was stil en ik was helemaal in het moment. Geen gedachten die door mijn hoofd raasden, alleen de warmte van de zon, de rust en de aanwezigheid van mijn paarden. Gewoon zijn.
Na een tijdje kwamen ze mijn kant op. Enero begon te snuffelen en al snel volgden Mara en Dinora. Eerst voelde het gezellig, maar al snel werd Enero steeds dwingender in zijn vraag om aandacht. Hij kwam dichterbij en begon te happen. Ook Mara wilde steeds meer aandacht.
Ik probeerde wat ruimte te creëren. Zachtjes duwde ik ze weg en maakte ik een afwerend gebaar met mijn handen. Maar mijn signalen waren zacht. Te zacht. Ze bleven doorgaan.
Ik voelde dat ik het eigenlijk niet prettig vond. Tegelijkertijd wilde ik niet te duidelijk zijn. Er zat een angst onder: wat als ik te streng ben? Wat als ik het contact verlies?
Toen besefte ik dat dit niet werkte. Als ik wilde dat mijn paarden mijn grens respecteerden, moest ik die eerst zelf duidelijk aangeven.
Op het moment dat ik besloot op te staan en echt mijn ruimte in te nemen, gebeurde er iets onverwachts.
Alle drie de paarden liepen bij mij weg.
Op enige afstand bleven ze staan, draaiden zich om en keerden hun kont naar mij toe.
Au.
Dat raakte me veel dieper dan ik had verwacht.
Ineens voelde ik een oude pijn. De pijn van vroeger. Het gevoel buitengesloten te worden. Herinneringen aan mijn schooltijd, waarin ik regelmatig het doelwit was van zogenaamde grapjes binnen een vriendinnengroep. Aan momenten waarop ik voor mezelf opkwam en vervolgens de vriendschap leek kwijt te raken.
Terwijl ik naar de paarden keek, voelde ik me heel even weer dat meisje van toen.
Alleen.
Dit was helemaal niet wat ik had gewild. Ik wilde ze niet wegjagen. Ik wilde alleen dat ze mijn grens respecteerden, zonder dat de verbinding verloren zou gaan.
Ik bleef zitten en voelde wat er in mij gebeurde. Tegelijkertijd vroeg ik me af waarom het steeds zo voelde alsof ik mensen of verbinding zou kwijtraken zodra ik voor mezelf koos.
De paarden bleven rustig staan.
Na een tijdje kwam er een andere gedachte.
Misschien hoefde ik niet te wachten tot zij naar mij toe kwamen. Misschien kon ik zelf een stap zetten, ondanks mijn angst om opnieuw afgewezen te worden.
Op dat moment gebeurde er iets bijzonders.
De kring van paarden opende zich langzaam. Ze bleven staan waar ze stonden, maar er ontstond ruimte. Voor mij voelde dat als een stille uitnodiging.
Ik stond op en liep naar hen toe.
Ze draaiden hun hoofd naar mij om, ontvingen me rustig en ik ging tussen hen in staan.
Even later zat ik weer op de grond, midden tussen mijn paarden.
In vrede.
Voor mij liet dit moment opnieuw zien hoe paarden ons kunnen uitnodigen om stil te staan bij wat er van binnen speelt. Niet omdat zij precies weten wat er in ons omgaat, maar omdat hun gedrag soms iets raakt wat al lange tijd verborgen aanwezig is.
Die middag werd ik me bewust van een oud patroon dat al meer dan dertig jaar met me meereisde: de overtuiging dat ik de verbinding zou verliezen zodra ik mijn eigen grenzen aangaf.
Dat inzicht gaf ruimte.
Er vloeiden tranen, maar er was ook een glimlach.
Want soms begint echte verandering niet met iets nieuws leren, maar met het herkennen van iets ouds.
Sinds die middag kijk ik anders naar grenzen. Niet als iets dat afstand creëert, maar als iets dat juist ruimte kan geven voor een gelijkwaardige verbinding.





